Het project “Alle Kinderen op Wielekes” liet verdiepend onderzoek uitvoeren door Arteveldehogeschool. De onderzoekers verzamelden kennis over de fietsdeelmarkt, interviewden depothouders en zetten een grootschalige ledenbevraging op.

Samen geven deze drie invalshoeken een rijk beeld van de kracht én de uitdagingen van Op Wielekes – en van wat er nodig is om in de toekomst nóg meer kinderen op de fiets te krijgen.
Verschillende manieren van werken
Het onderzoek laat zien dat geen twee depots identiek zijn en dat elk depot een eigen karakter en werkwijze heeft. Op sommige plekken staat de gemeente of een grote organisatie in voor het beheer van het Op Wielekes-depot. In andere draait het dan weer vooral op vrijwilligers. Dat heeft gevolgen voor ouders en kinderen: in het ene depot zijn er ruimere openingsuren en is er veel keuze op vlak van fietsen. In het andere geval is het kleinschaliger en informeler. Ook de uitdagingen, waaronder de kosten, verschillen sterk.
Er kwamen drie veelvoorkomende modellen naar voren: een model dat door een lokaal bestuur wordt gestuurd, een burgergestuurd model met veel eigenaarschap, en een sociaal model dat inzet op vrijwilligers met een afstand tot de arbeidsmarkt. Depots kunnen ook een mix zijn en elementen combineren. Dit geeft Op Wielekes flexibiliteit, maar maakt de dienstverlening voor leden minder voorspelbaar.
Wat waarderen gezinnen – en wat kan beter?
Uit de ledenbevraging blijkt dat gezinnen het concept van Op Wielekes en de inzet van vrijwilligers zeer waarderen. Vriendelijkheid en begeleiding scoren hoog. Het concept op zich – dat een groeiend kind altijd een passende fiets heeft zonder telkens een nieuwe te moeten kopen – wordt als een grote troef gezien. Duurzaamheid is een belangrijke motivatie om lid te zijn, maar ook geld kunnen uitsparen, speelt een rol.
Tegelijk halen leden een aantal werkpunten aan. Beperkte openingsuren vormen de grootste bron van frustratie: sommige depots zijn slechts één moment per week open, wat niet altijd strookt met de agenda van werkende ouders. Verscheidene leden gaven aan dat extra openingsmomenten – in het weekend of ‘s avonds – welkom zijn. Ook de wachttijd bij drukte en de beschikbaarheid van de juiste maat fiets worden genoemd als knelpunten.

Leden gaven daarnaast ideeën voor uitbreiding: grotere fietsen voor tieners, bakfietsen of accessoires zoals loopfietsen, fietskarren of helmen, en aanvullende diensten zoals fietsherstel of workshops. Deze suggesties tonen dat gezinnen bereid zijn om het Op Wielekes-concept breder te omarmen, als de organisatie mee evolueert met de behoeften van groeiende kinderen.
Wie bereiken we vandaag?
Hoewel Op Wielekes er wil zijn voor alle kinderen, blijkt uit de ledenenquête dat vooral middenklassegezinnen met een Nederlandstalige achtergrond de weg vinden. Slechts een klein deel van de leden maakt gebruik van het kansentarief of heeft een migratieachtergrond. In depots die wel kwetsbare gezinnen bereiken, gebeurt dat via samenwerking met welzijnspartners, meertalige communicatie en speciale regelingen zoals gratis lidmaatschappen.
Hergebruik met impact
Op Wielekes is meer dan een handig uitleensysteem. Elk jaar krijgen honderden kinderfietsen een tweede leven en worden gezinsbudgetten ontlast. Deze ecologische en economische impact is een krachtig verhaal dat nog beter verteld kan worden. Een jaarlijks impactoverzicht met kerncijfers over bereik, hergebruik, CO₂-besparing, aandeel kansengroepen en vrijwilligersinzet zou de meerwaarde van Op Wielekes zichtbaarder maken voor ouders, partners en beleidsmakers. Hier wordt verder aan gewerkt.
Lees het volledige rapport
Het eindrapport van Arteveldehogeschool bundelt alle cijfers, inzichten en aanbevelingen op basis van het onderzoek voor de toekomst van Op Wielekes. Wie wil weten hoe de depots werken, welke drie modellen geïdentificeerd zijn, wat leden vinden en waar de kansen liggen, kan het volledige rapport hier lezen.
Door: Claire Maréchal, onderzoeker Arteveldehogeschool
